WATCHING MAGAZINE Nummer 4 // 2017
Nummer 1 verschijnt in maart 2018

Artikelen

Image

De historie van de microrotor: Klein maar fijn

Tekst Frank Geelen

Uurwerken met een automatische  opwinding hebben één ding met elkaar gemeen: ze hebben zwaartekracht en beweging nodig om de veerton van het uurwerk op te winden. De uitdaging is dan ook om een slingerend gewicht, ofwel een rotor, te ontwerpen dat met een zo groot mogelijke efficiency zijn beweging omzet in het opwinden van de veerton. Dat kan ook een microrotor zijn, maar hoe is de microrotor ontstaan en wat zijn de voordelen? Watching legt het uit.

artikel0412img02

In de afgelopen 89 jaar (volgend jaar bestaat het polshorloge met automatisch uurwerk negentig jaar) is duidelijk geworden dat de rotor de meest efficiënte en degelijke manier vormt om een uurwerk op te winden. In 1923 werd het eerste automatisch uurwerk voor een horloge gepatenteerd, waarbij gebruik gemaakt werd van een dergelijk slingerend gewicht. Deze rotor maakte echter geen volledige draaiing, maar werd tussen twee veren heen en weer geslingerd. Dat uurwerk wordt wel hamer- of bumperautomaat genoemd, maar dit systeem wordt sinds de jaren vijftig niet meer gebruikt. Een rotor die een volledige draaiing maakt, een uitvinding van Rolex, bleek de beste optie. Maar ook dit uurwerk had een nadeel in de ogen van enkele horlogemerken. Dat nadeel was dat het gebruik van een volledige rotor, die over het hele uurwerk heen valt, het uurwerk dikker maakt dan een uurwerk met handopwinding.

De microrotor

In 1954 kwam het horlogemerk Büren met de oplossing, namelijk een uurwerk met een microrotor. Het uurwerk, kaliber 1000, was slechts 4,2 millimeter dik en werd in 1957 voor het eerst in een horloge (de Büren Super Slender) gemonteerd. Kort nadat Büren haar nieuwe plannen bekend gemaakt had, kwam een ander merk, Universal Geneve, met een soortgelijk idee dat ze Polerounter noemden.

Beide merken hadden patenten voor hun ideeën aangevraagd die in 1958 werden toegekend. Dit gebeurde echter onder voorwaarde dat de merken hierover eerst onderling goede afspraken zouden maken, aangezien Büren het patent een maand eerder dan Universal Geneve had aangevraagd. Universal Geneve betaalde vier Zwitserse franc per uurwerk, als een soort licentierecht, aan Büren.

Microrotor vs. volledige rotor

Uurwerken met een microrotor worden tot de dag van vandaag toegepast door de grootste merken uit de industrie. Toch worden uurwerken met een volledige rotor veel meer gebruikt en blijven microrotor uurwerken voornamelijk voorbehouden voor de fijnste uurwerken die verkrijgbaar zijn. Beide rotorvarianten hebben hun voor- en nadelen. Zo zeggen voorstanders van de volledige rotor dat een microrotor niet efficiënt genoeg is waardoor het risico bestaat dat de veerton sneller ontladen wordt dan deze door de microrotor geladen kan worden. Voorstanders van de microrotor wuiven dit bezwaar weg en vinden een microrotor veel mooier omdat het niet, zoals een volledige rotor, een deel van het uurwerk aan het oog onttrekt en, minstens zo belangrijk, een platter uurwerk mogelijk maakt.